Toen was geluk heel gewoon
Drie keer de schavuit Koos Postema
Terwijl ik nadacht over goud, zilver en brons voor onze Olympische commentatoren, was daar ineens het nieuws van de hemelvaart van Koos Postema. Dat veranderde de zaak. Het waren geweldige Spelen geweest en de NOS had werkelijk kreuk- en foutloos werk geleverd, maar bij de herinnering aan oud-Olympiër Koos Postema houd ik de medailles in mijn zak. Als saluut. Het gemis aan de Olympische wit van vervlogen jaren zat ineens levensgroot naast me aan tafel. Formidabele, funny Koos. Die pretoogjes. We hebben hem gemist in Milaan.
Het Grote Herdenken was begonnen. Je zoekt in de klaterende waterval van hulde en hoera naar een zin of een woord van originele trefzekerheid. Koos had dat als geen ander gewaardeerd. Dat zijn zelden de clichés. En daar doken er gisteren nogal wat van op. Over de onderwijzer, zijn stem, zijn humor, zijn vakmanschap, het slechten van taboes, de heffe der arbeiders. Niet heel erg. Kan ook niet anders. Uren en pagina’s moesten gevuld. Maar een beetje jammer was het wel. Ik miste Jef Rademakers, bedenker van Klasgenoten en taalvirtuoos. Die had vast een metafoor tevoorschijn getoverd waar we allemaal tevreden mee in slaap waren gevallen.
De mooiste zin las ik nu in NRC waar Kees Fens uit 1996 werd geciteerd: “Voor Postema is het elke avond ouderavond. Hij wil dat we allemaal overgaan.”
De kleurrijkste boeketten werden gisteren gelegd bij de herinnering aan Koos’ jaren als presentator van het radio-programma Langs de Lijn. Samen met Willem Ruis. Een koningskoppel. Once in a lifetime. De kachel der nostalgie snorde op tien toen het over deze sportuurtjes op de zondagmiddag ging. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Toen was geluk nog heel gewoon. Huidige Langs de Lijn-presentator Hugo Borst sprak gisteren tijdens zijn uitzending roerend over de schatplicht die hij voelde op dezelfde stoel als Koos te mogen zitten.
Ferry de Groot, in die jaren eindredacteur bij Langs de Lijn, sloot een dag vol weemoed af met een welgemikte typering van Koos Postema. Hij noemde hem in Met het oog op morgen een schavuit. Daar had hij drie voorbeelden van. Ik zet ze graag op een rijtje. Bron: Ferry de Groot.
Iedere keer als Koos Postema in Langs de Lijn een ‘beurt’ van verslaggever Heinze Bakker moest afsluiten, zorgde Koos ervoor dat zijn laatste woorden ‘Heinze Bakker’ waren, waarna hij de kuch-knop indrukte, en dan steevast vervolgde met: ‘boerenlul.’
Koos Postema deed ook een blauwe maandag verslag van Den Haag. Hij had dienst toen Minister Van der Stee was weggeroepen van een feest om de Kamer helderheid over een en ander te verschaffen. In smoking en tollend van de drank rommelde Van der Stee wat in zijn koffertje en zei daarna het stuk niet te kunnen vinden. Waarna Koos vanaf de perstribune riep: “Kijk eens in je kraag.”
Het laatste uur Langs de Lijn, tussen vijf en zes, was er in die tijd een van veel uitslagen. Ons Eibernest - Achilles, dat werk. Omdat Koos daar graag een glas witte wijn bij dronk werd de eindstreep zelden zonder slappe lach gehaald. Op zoveel standen & cijfertjes was Koos eenvoudig niet gebouwd. Er waren luisteraars die alleen om deze reden slechts het laatste uurtje wilden meemaken. Speciaal voor hen keilde Koos zo tegen zessen zijn kleine flesjes witte wijn achter mekaar in de prullenmand. ‘Kloing-kloing.’ Zo omschreef Ferry de Groot gisteren dat unieke geluid.
In dierbare herinnering.
Fijne dag!
Matthijs van Nieuwkerk



