Waarschuwing vooraf: Er gaat in deze nieuwsbrief een hond dood. (doesthedogdie.com)
Ik sprak dinsdag met oud-topatlete Dafne Schippers. We zijn er niet zo lang geleden achter gekomen dat we een groot verdriet delen. Ik leg het uit: Dafne en ik hebben allebei, op advies, onze deur geopend voor een hondenpup. Dafne iets langer geleden dan ik. We zaten beiden in een pittige tijd. Bij Dafne was het haar moeder die de voorzet gaf, bij mij mijn dokter. En ze hadden gelijk: honden zijn enorme levensverzachters. Dafne’s hond heette Sammie, de mijne Mick. Onze wollen reddingsboeien. En Sammie en Mick zijn allebei onder een trein verongelukt. Bij Dafne op gehoorsafstand, in mijn geval voor mijn ogen. Onze zwartste dag.
Daar spraken we over. We namen de tijd.
Honden. Een dag later werd het boek The Dog’s Gaze (PenguinPress) thuis bezorgd. Geschreven door Thomas W. Laqueur. Over de hond in de kunstgeschiedenis. Net uit. Werkelijk schitterend. De blik van een hond. Daarover gesproken: in een recensie van The Dog’s Gaze in de New Yorker, schreef Adam Gopnik de meest hartverscheurende alinea’s die ik ooit las over de relatie tussen mens en hond. Gopnik beschrijft hoe hij en zijn vrouw afscheid moesten nemen van hun hond Butterscotch; te oud, teveel pijn, op. Zij gaan naar de dierenarts om Butterscotch te laten inslapen. En dan komt het, ik citeer:
I’m still haunted by our ailing, elderly dog’s large, trusting liquid eyes looking at us in the moments before her death: Hey, this is all right, right? We’re just here at this crazy doctor place we go to like always, and then were going home? That was what broke my heart. Butterscotch trusted us absolutely, and we were about to kill her. For her own good, because she was suffering so, because her once rich and bounding life had been reduced to a painful daily struggle, all of that. But she was alive and then she wasn’t, and she didn’t understand it and we had done it to her.
De drie mooiste schilderijen uit The Dog’s Gaze
1. Gustave Courbet: Zelfportret met zwarte hond, 1842
Hangt in het Petit Palais in Parijs. Die schitterende spaniël zit zo het mooist. Volgens het baasje dan. Die heeft een pijpje in de hand. Geen penseel. Even rust.
2. J.M.W. Turner: Dawn after the wreck, 1841
Alleen de titel al. Is dit de eenzaamste hond in de kunstgeschiedenis? Het is een heel klein schilderijtje, een aquarel. (25.2 x 37 cm) Je moet ervoor naar Londen, naar The Courtauld Gallery.
3. George Seurat: Een zondagmiddag op het eiland La Grande Jatte (1884)
Op een van de mooiste schilderijen ooit gemaakt staan twee hondjes. Merci beaucoup. Chicago’s trots. Het hangt daar in het Arts Institute.
Fijne dag!
Matthijs van Nieuwkerk






