Medicijnen tegen gepieker
De 3 beste korte verhalen
Vorige week lag ik in een ziekenhuis. Niet op gerekend. Leuk is anders, maar de dokter zei bij het afscheid dat ik nog makkelijk negentig kan worden. Aardige man. Ik zocht een schrijver die mij een beetje kon beschermen tegen gepieker en vroeg mijn vrouw een paar boeken van Maarten Biesheuvel mee te nemen. Dat hielp. Viermaal daags. Geweldige Maarten, wie leest hem nog? Ik heb eerlijk gezegd geen idee. Ik hoor er nooit iemand over. Is dat erg? Natuurlijk niet, jammer is het wel. Zolang is hij nog niet dood. Zes jaar nog maar. Maar goed, ik plonste weer eens in zijn korte verhalen. Heerlijke duik. Ik gun iedereen het tedere gevoel van een openingszin als: “Vader; je bent nu dood, maar deze geschiedenis herinner je je nog wel; het was een wonderschone dag toen jij en ik op stap; op vakantie gingen.” Die zoonlieve correctie van ‘op stap’ naar ‘op vakantie.’ Ach, hele oeuvres ruil ik in voor deze ene zin. Het zijn de eerste regels van het verhaal ‘Het wonder.’ Biesheuvels verhalen behoren tot de beste die er in de wereld te koop zijn. Ik reken hem zelfs tot de allerbeste. En daarachter een mooie tweede groep in de achtervolging met Guy de Maupassant, Alice Munro, Roald Dahl, Tsjechov en Tobias Wolff.
De 3 beste korte verhalen
1. Maarten Biesheuvel: Goede reis, Johannes
Lees nou zelf. Zo begint het verhaal Goede reis, Johannes. Het verhaal van een ketelbinkie. “Was hij nog maar eventjes in zijn bed blijven liggen, wat had je eraan om er zo vroeg uit te komen? Zelfs als het en belangrijke dag was. Twee uur eerder dan gewoonlijk is Johannes uit bed gekropen om de koffer nog eens na te kijken. Het is wel een oud koffertje, maar het kan er nog best mee door.”
Is deze Johannes niet al in 59 woorden het broertje van Kees de jongen? Zijn zij allebei niet zowat de belangrijkste jongens die ooit hebben bestaan? En hou je je hart niet vast voor deze Johannes? Hoe krijg je zoveel sentiment en zenuwen in één zin bij elkaar?
2. Tobias Wolff: Kogel in het brein
Amerikaanse grootmeester. Leeft nog. Zijn Bullit in the Brain heb ik denk ik wel twintig keer gelezen. Kogel in het brein. Hoofdpersoon Anders, een verbitterde literair criticus, staat te wachten in een rij als de bank waarin hij zich bevindt wordt beroofd. Anders is niet bang en begint de bankovervallers te jennen. Die waarschuwen hem, maar hij gaat door. Een van de overvallers schiet uiteindelijk een kogel door Anders’ hoofd. En dan beginnen de wonderlijke alinea’s waarin de vernietigende kogel, in de laatste seconden van Anders’ leven, herinneringen opent. Niet aan vrouw of kinderen, maar aan een zomerse honkbalmiddag uit zijn jeugd. En de ongrammaticale zin die een van de jongetjes die middag uitsprak: “Short’s the best position they is.” De allerlaatste woorden zingt Anders vlak voor zijn hemelvaart zachtjes voor zich uit: They is, they is, they is. Zoals Mulisch al zei: een schrijver moet het raadsel vergroten.
4. Roald Dahl: Mevrouw Bixby en de mantel van de kolonel
Natuurlijk uit Kiss Kiss, zijn verhalenbundel uit 1960. Vertaald: Op weg naar de hemel. Stond bij mijn ouders in de kast en het was een van de eerste grote-mensen-boeken die ik als kind las. Meesterlijke verhalen. Stuk voor stuk. Milde suspense, maar altijd met die weergaloze Dahl-twist. In Mevrouw Bixby en de mantel van de kolonel bedriegt iedereen iedereen, maar niemand kan verhaal halen. Waarom niet? Ik verklap niks. Ik gun iedereen die deze verhalen nog niet kent een onbevangen, hagelwitte lectuur.
Fijne dag!
Matthijs van Nieuwkerk



