Schaken als onversneden rock-'n-roll
De 3 beste boeken over schaken
Toen ik onlangs las dat schaker Jan Timman was overleden, heb ik mijn schaakbord weer op tafel gezet. En heb ik de partij Jan Timman- Nigel Short uit 1991 nog eens nagespeeld. De partij met Het Damesoffer. Sweet memories. Mijn journalistieke loopbaan begon met schaken. Begin jaren tachtig schreef ik samen met Mark van den Heuvel mijn eerste stukken voor Het Parool. We vielen als fanatieke amateur-spelers met onze kont in de boter, want schaken was in die jaren onversneden rock-‘n-roll. Althans in ons land. En ook maar heel even. Muziekkrant Oor knalde een foto van Jan Timman op de cover met de tekst; ‘The Best of The Rest.’ Want zo was het. De Russen Anatoli Karpov en het nieuwe wonderkind Gari Kasparov maakten weliswaar onderling wel uit wie de beste was, wij hadden Nummer Drie. En hoop doet leven. Op die hoge golf van spanning & sensatie surfden wij een jaartje pagina-groot met alle hoofdrolspelers mee. Totdat duidelijk werd dat Timman de kroon nooit op zijn hoofd zou zetten en de schaakkopij een droeve aftocht inzette richting het vertrouwde reservaatje in de zaterdagkrant.
Een souveniertje uit die tijd; samen met Karpov op de achterbank van een taxi, 1983. Ik reed mee van Brussel naar Amsterdam. Ik weet nog: we maakten een tussenstop in een de asgrauwe buitenwijken van Brussel. Voor een postzegelzaakje. Karpov had er een zeldzame postzegel besteld. Toen Karpov de auto uit was, vroeg de chauffeur wie deze snuiter was. Ik zei dat het de wereldkampioen schaken was. De chauffeur draaide zich om. Viesser? Nee niet Fischer. De man tikte met zijn vinger op zijn voorhoofd. Gekke lui, die schakers. Een van de saaiere van al die gekke lui kwam inmiddels het zaakje alweer uit. Terug op de achterbank streelde Karpov zijn nieuwe zegel als een pasgeboren baby. Ik vroeg hem naar de eindbestemming: een kluis in Moskou.
De 3 beste schaakboeken
1. Walter Tevis: The Queen’s Gambit, 1983
Het boek is zelfs beter dan de bejubelde Netflix-serie. Walter Tevis kreeg in 2020 de hele wereld aan het schaken. Hij heeft het alleen zelf niet meegemaakt. Arme Walter. Hij overleed in 1984. Een jaar daarvoor had hij The Queen’s Gambit geschreven. Het is het sprookje van de jonge vrouw Beth Harmon die uiteindelijk de Russische wereldkampioen verslaat. Tevis schreef in het nawoord: ‘Het superieure schaakspel van grootmeesters als Robert Fischer, Boris Spasski en Anatoli Karpov is jarenlang een bron van genot geweest voor spelers als ik.’ Het was zijn dank-je -wel-voor-alles.
2. Stefan Zweig: Schachnovelle, 1942
Laatste werk van de grote Oostenrijkse schrijver. Op de boot van New York naar Buenos Aires neemt de wereldkampioen schaken, Mirko Czentovic, het op tegen een aantal passagiers. Hij verslaat ze zonder problemen, totdat Dr. B. zich in het spel mengt. Waarom schaakt Dr. B. zo goed? IJzersterk kort verhaal. Vaak verfilmd.
3. Max Euwe en Albert Loon: Oom Jan leert zijn neefje schaken, 1935
Ook een schaaksprookje. In het jaar dat Max Euwe wereldkampioen werd, gaf hij de kinderen met dit boekje schaakles. Wie heeft er niet van Oom Jan geleerd hoe de stukken op het bord moeten staan? Negentig jaar later nog steeds verkrijgbaar. Oom Jan zegt tegen zijn zus, de moeder van zijn neefje: “Wie goed kan schaken, leert ook goed denken.” Ouderwets gezellig.
Fijne Dag!
Matthijs van Nieuwkerk






