Driemaal Schuilen in Schoonheid (2)
Gastschrijver is vandaag columnist, galeriehouder, schrijver HUGO BORST
Maandag 5 januari schreef ik mijn allereerste substack: Schuilen in Schoonheid. Ik was geïnspireerd door de New York Times die bij de jaarwisseling een gedicht van de dichter Robert Hayden afdrukte, geschreven in 1970. Volgens de krant waren de regels actueler dan ooit. De zwarte, New Yorkse dichter Hayden ontvlucht in het gedicht ‘Monets Waterlilies’ de gruwelen van Vietnam en Amerikaans racisme door af en toe voor het schilderij ‘De Waterlelie's’ van de Franse schilder Monet te gaan zitten. Een schilderij dat bij hem om de hoek hangt. In het MoMa. “I come again to see the serene great picture that I love.”
Schuilen in Schoonheid. Ik zette als alternatieve nieuwjaarswens mijn drie schuilplaatsen op een rij, schuilplaatsen in tijden van grote en kleine sores. Dat zijn voor mij: De Noordzee, Hondenogen, Vertalen van poëzie en liedjes.
Ik heb me voorgenomen zo af en toe vrienden en bekenden te vragen om hun schuilplaatsen met ons te delen. Vandaag is dat columnist, galeriehouder en schrijver HUGO BORST.
1. David Bowie
Deze weken schuil ik af en toe in de schoonheid van David Bowie die tien jaar geleden overleed. Op insta komt hij - leve het algoritme - standaard voorbij. Meer Bowie gedaantes dan sterrenstelsels. Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Je aan alle Bowies vergapen is lekker. Maar hem horen spreken dan! Niet zingend, maar zeggend. Eloquent, charmant, hij pakt je in waar je bij staat. Ik ben niet van de herenliefde, maar ik zou zonder twijfel het avontuur zijn aangegaan als hij me had uitgenodigd. Een geweldige minnaar verklapte Patricia Paay bij zijn overlijden in DWDD.
2. Mudlarking
Samen in bed en dan op een schermpje kijken naar Engelse filmpjes van mudlarking. Mudlarking, daar heeft in Nederland amper iemand van gehoord. Mijn vrouw Karina kwam ermee. Het speelt zich af aan de oevers van de Theems. De Theems is een getijdenrivier. Er spoelt daar van alles aan. Een scherf uit de 17de eeuw, veel tabakspijpjes van honderden jaren geleden, een pistool, een munt. Het is een serieus ambacht. Je moet er aanleg voor hebben en een vergunning. Mudlarkende mensen hebben er een zeer scherp oog voor; zij zien het aan de vorm onder de modder; daar ligt waarschijnlijk een zakhorloge, of wat er van over is. Of een klein flesje met het jaartal 1888 erop. Alles kapot, alles gebutst, gehavend, overal flinters af. Als je het schoonspoelt (met de handen, lekker geluid) zie je wat je pas wat je hebt. Heel soms is het nog helemaal gaaf. Aan het eind van het filmpje worden de vondsten van een uurtje mudlarken zonder modder getoond. De munt blijkt Romeins! Het is tijdreizen. Je fantasie gebruiken. Wie heeft er ooit aan dat pijpje gelurkt?
3. Liefdes van toen op volgorde zetten
Ook in bed. Het gestuntel in de liefde in de juiste volgorde zetten. In mijn geval tussen 1976 en 1985. Schuilen in de schoonheid van de zoete herinnering. Het is als schaapjes tellen. Welk schaapje zoende je precies en wanneer ook alweer. Was Ingrid Branenburg nou de eerste of toch Marianne die van achteren geen Molenpaard heette, maar zo noemde je vriendjes haar wel.
Thanks Hugo!
Fijne dag!
Matthijs van Nieuwkerk




