De drie beste gedichten van Hugo Walker
De onvergetelijke voetbalcommentator heeft het nooit geweten
De jaarlijkse Poëzieweek komt eraan. Dit is dus een goed moment om iets te vertellen over mijn debuut als dichter. Het jaar is 1981. Ik nam eigenlijk wraak op Tom van Deel, poëzie-docent aan de Universiteit van Amsterdam. Ik studeerde Neerlandistiek. Tom van Deel had in die tijd een reputatie; hij zat zo ongeveer in elke literaire jury en in elke commissie die subsidies uitdeelde. En hij schreef in zijn vrije uurtjes zelf ook poëzie. Niet per se voor de eeuwigheid leek mij. Allemaal nog tot daaraantoe; veel erger was dat Van Deel het werk van Willem Wilmink maar zozo vond. Wilmink was volgens deze Oppermandarijn niet meer dan een plezierdichter.
Op de dag dat we de opdracht kregen een opstel te schrijven over een door ons bewonderde dichter naar keuze, greep ik mijn kans. Academische baldadigheid. Ik kon Van Deel niet meer serieus nemen, dus ik schreef in de gevraagde duizend woorden mijn bewondering op voor de debuterende dichter Hugo Walker. Ik wist zeker dat Van Deel nog nooit van de onvergetelijke voetbalcommentator had gehoord. Ik zette gevleugelde uitspraken van Walker als een gedichtje onder elkaar. Zo deden Van Deels vrienden, de schrijvers K. Schippers en J. Bernlef, het ook; zogenaamde ‘ready mades.’
Ik kreeg een negen voor het essay en de waardering dat ik een onbekende, maar interessante dichter had ontdekt. Hugo Walker stierf in 2015. Tom van Deel in 2019. Ze hebben er nooit iets van geweten. Hugo Walker heeft veel gedichten geschreven, dit zijn de drie beste:
1. Net naast
Cruijff
Cruijff!
Cruijff!!
Cruijff!!!
Cruijff!!!!
Wat scheelt het
2. Fransje Thijssen
Fransje Thijssen
en maar kappen
en maar draaien
Fransje Thijssen
knap gedaan
3. Laatste fluitsignaal
En
dan
houden
we
er
nu
mee
op
Hugo Walker
Fijne Dag!
Matthijs van Nieuwkerk



