De 5 grootste komieken ooit
Een alternatief voor de Grote Trump Stortdouche
Er is een fantastische nieuwe documentaire op HBO, Mel Brooks: The 99 Year Old Man! Ideale ontsnapping uit de Never Ending Grote Trump Stortdouche. De kleine gigant Mel Brooks! Is hij the GOAT? The Greatest Of All Time? Of net niet. That’s the question. Of beter gezegd; My question. Mel Brooks wordt dit jaar honderd, het zou een mooie bekroning zijn. Maar ik moet eerlijk zijn.
Ik heb een déjà vu. Ik weet het nog precies. Ik zat al op mijn stoel en André van Duin zong op ons piepkleine podiumpje een liedje. Ontzettend aardig van hem. Dat deed hij altijd als hij mijn tafelheer was. Over een half uur begon DWDD en we zaten in ons ‘voorprogramma.’ Ik blader wat ik mijn kaartjes, kijk naar André en martel mijzelf met de vraag: Wie zijn de grootste komische talenten ooit? Heb ik ooit om iemand harder gelachen dan om André? Tommy Cooper misschien. Maar in welke volgorde dan?
Ik heb nog twintig minuten. Ik besluit een Top 5 Grootste Komieken Ooit te maken. Alleen buitenland, anders red ik het niet in tijd. Daar gaan we: Charlie Chaplin op nummer 1? Beetje veilig, maar is hij niet de oervader? En vallen Buster Keaton en Laurel & Hardy dan af? En Ben Turpin dan? Of was die goedbeschouwd alleen maar erg scheel? Marx Brothers vallen zeker af, gewoon niet leuk genoeg. Moet Rowan Atkinson er niet zeker in? Jerry Seinfeld? Een vrouw! Tina Fey? Lucille Ball! David Sedaris? Peter Cook moet er denk ik in. Dan Dudley Moore misschien weer niet. Weet iedereen van The Fringe in Londen? John Cleese natuurlijk! Waarom is die trouwens in tv-interviews de laatste jaren zo merkwaardig saai? Ricky Gervais? Woody Allen? Richard Pryor! Beter dan Dave Chapelle. Is alleen stand-up genoeg? De jonge Eddy Murphy was de beste. Chris Rock komt een beetje in de buurt. Amy Schumer! Good old Bette Midler! French & Saunders? En wat te denken van de tekenaar Charles M. Schulz?
Ik dacht nog, als we Nederland er bij zouden halen moest ik de tekenaars Gummbah en Peter van Straaten niet vergeten, en ook die olijke helft van de Mounties niet, Piet Bambergen. Dat hoofd. Maar ik heb nog tien minuten, terug naar het internationale podium. De ‘King of the Roast’ Don Rickles? Je kan nu geen grap meer van hem ongestraft navertellen, dus laat ik me vingers hier maar niet aan branden.
Ik zie dat ik nog drie minuten heb. André is uitgezongen en ik noteer (Ik zou er nu, een aantal jaren later, niets aan veranderen):
De 5 Grootste Komieken Ooit (Internationaal):
1. Charlie Chaplin
Het is inderdaad misschien wat veilig, maar hoort Chaplin niet als enige komiek tot de grootste kunstenaars van de vorige eeuw? Chaplin lager in de lijst zetten zou een daad van onnozel verzet zijn. Chaplin raakte (en raakt!) zonder woorden alle landen, leeftijden en generaties. Fenomenale pantomime, timing en melancholie. En hij kon rolschaatsen. Pure poëzie.
2. John Cleese
Saaie, oude John inmiddels. Allemachtig wat een zeurkous is dat geworden. Maar we beoordelen komieken naar hun beste werk. En zijn beste werk - Fawlty Towers - was direct het allerbeste werk. Geestigste serie ooit. Het absurde Monty Python mocht er ook zijn, maar de slechts twaalf afleveringen Fawlty Towers zijn voor de eeuwigheid. Het werd in 2000 in Engeland verkozen tot beste Britse tv-programma van de eeuw. Don’t mention the war.
3. Mel Brooks
It’s good to be the King. Dat zegt Mel Brooks als Koning Lodewijk XVI in zijn film History of The World. Het werd min of meer zijn slogan. En misschien de kern van zijn raison d’etre: Macht is absurd dus lach haar uit. Acteur, schrijver, filmmaker Brooks was de ‘king’ van de parodie. Het liedje Springtime for Hitler uit zijn film The Producers (1967) is denk ik zijn grootste hit. De joodse humorist Mel Brooks maakt van het nazisme een lachwekkende farce. Een moreel en komisch manifest.
4. Rowan Atkinson
Een zoon van Monty Python. Om dat duidelijk te maken even de stamboom van de Engelse comedy-royalty: Eerst was er het gezelschap Beyond The Fringe met Peter Cooke, Alan Bennett en Dudley Moore (begin jaren ‘60), hun absurdistische humor wees de weg aan de jonge lads van Mont Python die op hun beurt hun surrealistische fakkel overdroegen aan de Cambridge-Oxford studenten Stephen Fry, Hugh Laurie, Emma Thompson en Rowan Atkinson. Met als hoogtepunten de series Blackadder, Fry & Laurie en natuurlijk Mister Bean. Waarbij Mr. Bean, net als zijn grote held Charlie Chaplin geen taal nodig had. Rowan Atkinson was in Blackadder al groots, met Mr. Bean werd hij onsterfelijk.
5. Tina Fey
Je kan makkelijk verdedigen dat Lucille Ball de allergrootste Lady was en daarachteraan de lekker ordinaire Joan Rivers. En ik had trouwens ook geen enkele weerstand bij Edith Bunker in All in The Family, een zeer komische rol van Jean Stapleton. Maar ineens was daar begin deze eeuw de razendslimme en grappige komeet Tina Fey, alle mannen deden een stapje terug. Ze begon als schrijfster voor het fameuze, satirische tv-programma Saturday Night Live. Later imiteerde zij in datzelfde programma de rising politica Sarah Palin. Het werd Fey’s claim to fame. De wereld had er een Comedian bij. Fey schreef later haar eigen, zeer grappige sitcom 30 Rock. En werd moeder-overste van een grote club jonge, ijzersterke Amerikaanse comediènnes.
Fijn weekend!
Matthijs van Nieuwkerk




Dag Matthijs.
Ik snap je keuze voor Chaplin. Echt. Maar als ik hem zie, zie ik briljante techniek. Als ik Stan Laurel zie, zie ik briljante humor. En dat is een groot verschil. Stan was ook understudy van Chaplin, in hetzelfde gezelschap. Dus ik snap de keuze, maar in het teamwork met Oliver (Babe) Hardy is er zo'n ongelooflijk grappige geschiedenis geschreven, daar kun je echt niet omheen. Vraag het André maar eens ;)
Je bent van harte uitgenodigd om samen naar wat films te komen kijken. Er zijn zoveel geweldige Blu-rays uitgekomen de afgelopen tijd, dat vraagt om herijking van je "oordeel".
Hartelijke groet,
Alphons
Oeps. ‘me vingers’ ?! 🤣😂 Ik wens je een mooi weekend. 😉