De 3 beste (oudste) brasseries van Parijs
Jammer dat Johnny Halliday dood is
We gaan een aantal dagen naar Parijs. Daar zijn we vaak. Een ontdekkingsreis is het dan ook niet meer. We verheugen ons op een vast mozaïek van wandelingen, magasins, terrassen en restaurants. En ook deze keer zal ik Johnny Halliday missen. Hij hoorde er zo lang bij. Het was namelijk mijn sport om zo snel mogelijk na aankomst een stukje over deze Franse volksheld uit de krant voor te lezen. Record: twee minuten. Makkelijker dan je denkt. De babbelzieke zanger mekkerde een leven lang over liefdesverdrietjes en het Franse journaille heeft daar geen kreuntje of steuntje van willen missen. Als we Gare du Nord binnenreden zagen we hem al. Zijn eigenaardige, meelbleke hoofd sierde bijna alle dagen de abri’s in het station. Thuiskomen. Maar Johnny est mort. Al bijna tien jaar. Ik heb nog overwogen om naar zijn begrafenis te gaan, 9 december 2017. Zijn kist werd die dag over de Champs-Élysées gereden. Een miljoen mensen stonden langs de route. President Macron voorop. Ik zou voor Johnny klappen. Merci beaucoup Johnny. Aan alles komt een eind.
Tot zover deze faits divers. Wat nooit voorbij zal gaan is de schittering van de oudste Parijse brasseries. Ze wenken ons al meer dan honderd jaar. Oudste adel. Wij keren er terug en terug en terug. Ze zijn verleidelijker dan Madame de Pompadour ooit was.
Mijn 3 favoriete oudste brasseries van Parijs:
1. Brasserie Lipp (1880)
Ongeëvenaarde klassieker op Boulevard Saint-Germain. Geweldige plek in de stad. Schuin tegenover het terras van Les Deux Magots. Recht tegenover Café De Flore. Lipp wordt inmiddels sterk afgeraden. Ik hoor veel gemopper; je zou direct naar de eerste etage worden verwezen, het vlees is niet goed, de bediening schandalig, nee daar moet je niet meer heen. Des te beter, dan is er voor ons altijd plek. Ernest Hemingway wandelde in de jaren ‘20 naar Lipp voor het Duitse bier, ik kom er voor de choucroute. Deze zuurkool is zo formidabel. Ook in de zomer. Juist.
2. Brasserie Balzar (1894)
Rue des Écoles, vlakbij de Sorbonne. Veel professoren. Geen schaaldieren. Ik zeg het er maar even bij. Toen twintig jaar geleden bijna alle grote Parijse brasseries onder de Firma Flo moesten gaan vallen, hebben de vaste klanten van Balzar geprotesteerd. Ze verzamelden zich op een zondagochtend in het restaurant en eisten een gesprek met de Baas van Flo. Die kwam. Balzar bleef zelfstandig. Kleine prachtzaak, veel spiegels en een geweldige steak tartare.
3. Brasserie Bofinger (1864)
Vlakbij de Opera. Belle Époque. Buiten proberen vijf oester-krakers de bestellingen bij te houden. Mooiste interieur van de stad. Probeer een tafel onder de art-nouveau koepel te bemachtigen. Het brengt geluk, dat kan niet anders. Zo rond half twaalf ‘s avonds komen de opera-bezoekers binnen, en begint het feest opnieuw: er wiegen tot diep in de nacht schalen met fruits de mer boven onze hoofden. Sprookje.
Fijne dag!
Matthijs van Nieuwkerk







