Boekenweek, Elvis & Murakami
De drie mooiste jazz-barretjes van Tokyo
De Boekenweek staat voor de deur. Let op mijn woorden, Splinter Chabot gaat er met de buit vandoor. Dat voelen mijn fingerspitzen. Twee prinsen heet zijn nieuwe roman. Ik lees dat het een ode is aan ‘die jongeren die dapper zichzelf zijn, in een wereld die zo vaak duister en donker is.’ Laat dat maar aan Splinter over. Boy wonder.
Tot zover de hitparade.
Ik wil iets anders vertellen. Ergens in het staartje van een Boekenweek-folder trof ik een daverende verrassing: ‘Haruki Murakami: Jazzportretten.’ Eindelijk vertaald in het Nederlands. Met tekeningen van Makoto Wada.
Ben ik je al kwijt? Laat me nog heel even: de Japanse schrijver Murakami ken je denk ik wel. Hij wint binnen vijf jaar de Nobelprijs voor de Literatuur, (wiederum fingerspitzen). Murakami was, ver voor zijn wereldfaam, eigenaar van een jazz-barretje in Tokyo. Peter Cat heette het. Iets groter dan de gemiddelde slaapkamer. Vier krukjes, een wand vol vinyl en een platenspeler. En dertien merken whiskey. Meer scheen het niet te zijn. Tokyo had er zeker honderd van. Een magneet voor mijn fantasie.
Ik zei dan ook direct ja! toen ik in 2016 door de NTR werd gevraagd om samen met Art Rooijakkers en Andrew Makkinga mee te werken aan de documentaire Elvis Lives. Ze wilden mij naar Tokyo sturen. Elvis liep daar nog over straat. Of zoiets. Elvis boeide mij minder dan gemiddeld, maar soit, eenmaal in Tokyo zou ik die jazz-caves kunnen bekijken. Zo gezegd, zo gedaan. Overdag liep ik achter een intens droeve Elvis-imitator aan, ‘s avonds stuurde ik een lift naar de zesenvijftigste verdieping van een wolkenkrabber om even later naast drie levensmoede Japanners in mijn whiskey te turen. Kleine bar. Acht krukken. Op de draaitafel Bill Evans. Geluk was binnen handbereik.
De 3 mooiste jazz-barretjes van Tokyo:
1. Jazz Bar Samurai
Een must see, al zie je op deze foto bitter weinig. Ik kon helaas geen betere vinden. De eigenaar staat er wel op. Dat is geen toeval. Voor hem was ik gewaarschuwd. De zaak heet niet helemaal voor niks Samurai. Vervaarlijke gast. Art Farmer blies.
2. Jazz Bar Posy
Dit is het dus. Krukje of zes. Een typische ‘kissa’, kleine jazzbar. Vrouwen zie je er niet en er is denk ik ook nog nooit iemand lachend op de foto gegaan. Toen ik de man achter de bar vroeg of hij het album Ah Um van Charles Mingus kende, hebben we een minuut of tien alleen maar het woord ‘ahum’ uitgewisseld, met vraag- en uitroeptekens. Lost in translation.
3. Jazz Inn Uncle Tom
Kijk even naar de platencollectie. Precies tien krukken ook. Geen daglicht. Is geen enkele behoefte aan. De glinstering in je glas is genoeg. Let op: wachten heeft geen zin, is ook niet de bedoeling. Dus als je eenmaal boven bent en je ziet dat alle tien krukken zijn bezet, rest de lift naar beneden. Minstens een verdiepinkje of vijftig.
Fijne dag!
Matthijs van Nieuwkerk






